Hoger onderwijs: de rem op het ondernemerschap
Ik zal me even voorstellen. Mijn naam is Job Twisk. Ik schrijf deze column op verzoek van Rico den Burger die al enige tijd met veel enthousiasme ondernemerslog.nl aan het opbouwen is. Ik ben getrouwd, heb 3 kinderen en woon in Heiloo. Als u meer wilt weten, raadpleeg Google, zou ik zeggen.
De komende maanden wil ik graag met u mijn visie op het ondernemerschap delen. Daarvoor start ik met hetgeen wat volgens mij de bron van veel ondernemerschap zou moeten zijn: het hoger onderwijs. Dat draagt namelijk niets bij aan de ‘entrepreneurial attitude’ die we zo goed kunnen gebruiken in ons land. Als er een plek is waar jonge mensen totaal worden ontmoedigd om ondernemer te worden, dan is het wel in de collegebanken van de hogescholen en universiteiten in Nederland. (Ik durf dit met aardig wat overtuiging op te schrijven. Zelf heb ik 11 jaar parttime als universitair- en hogeschooldocent gewerkt.)
Het hoger onderwijs is door jarenlange schaalvergrotingen uitgegroeid tot een machine. Een machine die met een onverbiddelijke regelmaat roosters, opdrachten en diploma’s uitspuugt op studenten. Niet de studenten, maar het systeem is het belang van de bestuurders. Als op een middelbare school worden de studenten elke twee uur als makke lammeren naar een nieuw lokaal (variërend van 24 tot 250 zitplaatsen) gedirigeerd waar ze kennis moeten consumeren en aan het einde van de lesperiode deze zelfde kennis moeten reproduceren op een tentamen. Goed, u kent misschien deze typering wel.
Soms zit er een ondernemend type tussen. Eentje die wars van conventies is en zich niet houdt aan de reglementen van de opleiding. Zo ken ik een voorbeeld van een ambitieuze begin 20-er die de mogelijkheid aangeboden kreeg om hoofdredacteur van een gamesmagazine te worden. Een prachtkans, helemaal omdat er uitzicht was op eigenaarschap van het blad. Het idee van de student was om te gaan werken en tegelijkertijd een periode daarvan als stage aan te merken. Reden: zo liep hij geen studievertraging op. Maar helaas, dat kon niet, mocht niet volgens het stagereglement. Gelukkig voor de betreffende student was ik zijn stagebegeleider. Ik heb veel moeten praten, regelen, duwen en trekken, maar uiteindelijk kon hij aan de slag als hoofdredacteur en dat als stage beschouwen.
Kortom, kreeg een student de kans een ondernemerservaring te geven, werd het hem bijna ontnomen.
Goed, ik snap dat je onderwijsinstelling niet opeens alle studenten vrij kan laten om bedrijfjes te starten. Maar je moet ook niet er alles aan doen om het te voorkomen.
Er is een oplossing. En daarvoor hoeft niet zoveel te veranderen op de opleiding. De enige voorwaarde is dat de bestuurders de opleiding en de beroepspraktijk niet meer als twee gescheiden werelden moeten gaan zien. De oplossing is een hybride social network waar zowel studenten, docenten, alumni en professionals aan deelnemen. Dat social network is het grijze gebied tussen opleiding en praktijk waarop studenten en professionals met elkaar in contact komen. Voor een groot deel speelt het zich online af, maar de werkelijke kracht schuilt in de offline activiteiten: ontmoetingen tussen studenten en professionals, workshops, seminars. Aan het roer van social network staat een communitymanager. Die behartigt de belangen van alle leden en in het bijzonder die van de studenten. De communitymanager doet dat door de studenten op allerlei manieren in contact te brengen met ondernemers. Ondernemers die hun ervaring met de studenten kunnen delen, hen kunnen inspireren. En ze kunnen ervoor zorgen dat dat ene idee net dat zetje krijgt om uit te groeien tot een nieuwe onderneming.
Job Twisk is ‘parallel entrepreneur’. Hij heeft een communicatieadviesbureau, een bureau dat het hoger onderwijs helpt om social networks te starten en een no-frills trainingsbureau.






2 Reacties op “Hoger onderwijs: de rem op het ondernemerschap”
Beste Job,
Als ik terug denk aan mijn tijd op de HTS en Uni dan denk ik dat je gelijk hebt (nu zo’n 10 jaar) alhoewel ik zelf een studie bedrijfskunde heb gedaan en juist in die studie wel wat keuze vakken worden gegeven. De studie zou zich minder moeten bezighouden met een opleiding tot werknemer of, meer op de uni, als onderzoeker en juist moeten richten op het neerhalen van barrieres die mensen zien om voor een specifieke toekomst te kiezen. Ondernemerschap was iets obscuurs toen ik studeerde, ook iets voor allleen enorme strebers terwijl het genwoordig helemaal niet meer zo zwart-wit is (kijk naar flexibele arbeidscontracten, payroll-structuren e.d.) en zeker niet zo definitief. In andere studies werd minder gekeken naar kennisverlening tav vrij ondernemerschap terwijl in deze tijd ondernemers in alle opleidingen en branches opstaan.
Bedrijfskunde, daar ligt het voor de hand dat je daar wel eea krijgt te horen over het ondernemerschap….;-) De afgelopen weken heb ik weer wat meer contact met oud-studenten gehad, waarvan sommigen na hun HBO (waar ze oa van mij leskregen) de universiteit hebben gedaan. En stuk voor stuk zeggen ze: had ik maar meer geleerd om mijn kennis en vaardigheden om te zetten in GELD. Ik zet het even in kapitaal omdat dat precies is wat ze nodig hebben. Ze zijn als starter de zoveelste in een solllicitatieprocedure, worden vaak afgewezen (op zich niet erg, want ook daar leer je van) en dan realiseren ze zich: ik kan ook een bedrijf beginnen. Maar ja, hoe pak je dat aan? De een heeft lef en stapt naar de KvK, maar voor hem zijn er 30 anderen die het niet doen. Dan denk ik: de opleiding had hen toch kunnen voorzien van de tools om voor zichzelf te beginnen? Dat kost niet meer dan een module/lesperiode waarin je als student elke week 3 a 4 uur wordt bijgepraat over het hoe en wat…